Achtergrondinformatie PDF Afdrukken E-mail

Een passie voor de passie: een speurtocht naar Christus op de koude steen; een beeldrijke devotie van de late Middeleeuwen tot op heden

Oude beelden en een levende devotie

Er bestond een actieve, breed verspreide devotie of verering voor ‘Christus op de koude steen’ in de late Middeleeuwen. In de literatuur zijn er verschillende herkomsten gemeld van deze devotie. Jan van Laarhoven (1)  meldt dat de devotie waarschijnlijk zijn oorsprong vindt in de mysterie- en passiespelen. Je kon er aflaten mee verdienen als je je gebed tot het beeld (en daarmee tot Christus) richtte. De aflaat was in die tijd hét hulpmiddel om overledenen uit de hel te krijgen of zelf een veilige plek in de hemel te verwerven. Friedrich Gorissen (2.1) stelt, dat het met zekerheid wijst op een oorspronkelijk element uit de Kruisweg.  Het aantal kruiswegstaties is in de loop van de jaren gewijzigd. Deze afbeelding heeft plaatsgemaakt voor de verschillende momenten dat Christus bezwijkt onder de last van het kruis. De statie is volgens hem al te vinden in het getijdenboek van Katharina van Kleef (1431).

De oudste literaire bron, die iets vertelt over het ontstaan van deze devotie en beeltenis is een geschrift of preek van de leider van de Franciscaanse Spiritualen Petrus Johannes Olivi (†1298) waarin dit moment apart of los van het lijdensverhaal wordt genoemd. G. van den Osten en Dobrzeniecki, twee auteurs die naar de herkomst van het beeld van Christus op de koude steen hebben gezocht, geven aan dat er een (overigens niet nader gedocumenteerde) beschrijving van de Kruisweg is die verwijst naar allerlei details die niet in het Evangelie staan en waarin een steen genoemd wordt. Deze steen wordt nog steeds in Jeruzalem getoond en de plaats heet Sancta Maria de Spasmo ofwel Jezus in angst. (2.2)

Ook in Calvaires in Frankrijk, bijvoorbeeld in St. Thégonnec in de Finistére, komt de afbeelding ‘Christus op de koude steen’ voor. Een beeld van Azewijn is volgens de beschrijving van het beeld in het Catherijneconvent in Utrecht afkomstig van het kerkhof en zou deel hebben uitgemaakt van de aldaar aanwezige Kruisweg. (3) Dat wordt onderstreept door een beschrijving van de Kruisweg van Aalten (4) waarin wordt gewezen op een sterke verering in de regio van de lijdende Christus en de vele beelden die hierop betrekking hebben.

Blijkbaar is ‘Christus op de koude steen’ in de loop van de jaren nog niet definitief als een wijdverspreid devotiebeeld en een wijdverspreide devotie erkend. De relatieve onbekendheid (in vakkringen van kunsthistorici blijkt men er wel het een en ander van te weten, maar zelden maakt men gewag van een brede spreiding van het beeld en de betreffende devotie) levert in de literatuur korte vermeldingen op. Zelfs J.J.M. Timmers (5) (naamgenoot maar geen familie!), gerenommeerd schrijver van boeken over middeleeuwse beeldhouwkunst, is uitermate kort over dit beeld.

Daarnaast kun je vaststellen dat de meningen van kunsthistorici over de betekenis van het beeld en de devotie nogal uiteenlopen. Van een uitvoerig dispuut is echter niet veel te merken.

Gert von den Osten (6) signaleert als enige dat het gaat om een devotiebeeld, dat van Frankrijk tot aan Transsylvanië, van Scandinavië tot aan het district Perm in Rusland te vinden is. Zijn mening over de herkomst van het beeld is afwijkend van andere schrijvers en hij relateert de devotie aan het beeld van Job op de mestvaalt. Dit is een episode uit het verhaal van de ellende die Job overkomt (Job 29. vs.25). Paus Gregorius de Grote zou volgens G.v.d. Osten Job als het voorbeeld van geduld en nederigheid hebben gepropageerd.

G.v.d. Osten legt een verbinding tussen afbeeldingen van Job, die later omgevormd worden tot afbeeldingen van Christus. Hij constateert, dat er al in de Midden Byzantijnse Bijbel en in Spaanse boekillustraties van de vroege elfde eeuw afbeeldingen van Job zijn te vinden die vrij snel daarna omgevormd worden tot afbeeldingen van Christus. Uiteraard zonder de wonden van Job. G. v.d. Osten constateert zelfs een territoriale nabijheid van de eerste afbeeldingen van ‘Christus im Elend’ en ‘Job im Elend’ als onderbouwing van zijn stelling.

Fernando Varela (7) valt hem hierin bij en breidt het oorsprongsverhaal nog uit door de verbinding te leggen tussen Job als de ‘geduldige’ en de ‘geduldige’ Christus. In de vroege christengemeenten werd hij, volgens Varela, als zodanig al afgebeeld in de fresco’s van de synagoge van Doura-Europos in Mesopotamië (derde eeuw), schilderingen in de catacomben in Rome uit diezelfde tijd en een sarcofaag uit de vierde eeuw, die bewaard wordt in het Museum van Lateranen.

Gert v. d. Osten (8) beweerde aanvankelijk ook dat het een Rijnlandse of Duitse devotie is die later naar andere streken is geëxporteerd.

Volop discussiestof, zou je denken. Maar daar is niet veel van te merken.

Bij een grote tentoonstelling in Dijon in 1971 schrijft Pierre Quarré (9) er in de uitgebreide catalogus geen woord over.

Emile Mâle signaleert in zijn overzichtsboek ‘De Religieuze kunst van de XIIe tot de XVIIIe eeuw’ in 1949 (pagina 120-124), dat er sprake is van een grote kentering in de late Middeleeuwen in het karakter van de afbeeldingen van Christus.

"Christus lijdt. Christus wordt op een realistische manier afgebeeld als de Man van Smarten. “ De bloeitijd der Middeleeuwen heeft bijna uitsluitend de zegevierende Christus voorgesteld, de XIIIe eeuw vond in het type van de lerarende Heiland haar meesterwerk; de XVe eeuw daarentegen heeft in haar God slechts de Man van Smarten willen zien.” In zijn zeer plastisch taalgebruik neemt Mâle de lezer mee: “De doodstrijd van een God verhalen, Hem te tonen aan het einde van zijn krachten, overdekt met een bloedig zweet: een dergelijke gedachte zou de Grieken van de Ve eeuw hebben doen terugdeinzen.”

Mâle geeft aan, dat Michelangelo afschuw gehad zou hebben van een dergelijke verbeelding van lijden. “Wat wilden de oude meesters van de Gothiek zeggen? Zij wilden zeggen dat de smart bestaat en het geen zin heeft haar te ontkennen, wanneer men voelt dat ze met het leven verweven is.” (pagina 123)

Charles Caspers verschilt op punten echter van Mâle. (10) Hij is het met Mâle eens dat er in de zestiende eeuw een kentering plaats heeft gevonden waarbij beelden minder tot lijdensmeditaties oproepen en meer naar de eucharistie verwezen. Ik heb dat zelf bij Mâle nog niet vastgesteld. Caspers stelt dat al in de veertiende eeuw en zeker in de zestiende eeuw de beelden van de lijdende Christus primair naar de eucharistie verwezen. Het passiebeeld wordt dan ondergeschikt gemaakt aan kerkpolitiek en uiteindelijk aan de politiek om tegenover de Reformatie het eigen gelijk te onderstrepen.

Caspers maakt zich ook sterk voor de stelling dat de beelden een ‘visuele ondersteuning van de lijdensdevotie met als doel de communie’ zijn. (pagina 171) Het wijst, volgens hem, naar een in de voorgaande eeuwen al opkomende eucharistische vroomheid. Opvallend is, dat die vroomheid, volgens Caspers, binnen vrouwenmilieus in de Zuidelijke Nederlanden vooral in het Bisdom Luik en het hertogdom Brabant in de praktijk gebracht wordt. Hij constateert dat er een verdere expansie naar de westerse kerk plaats vindt. De eucharistische vroomheid blijft vooral in de Nederlanden hangen omdat er vermoedelijk een verbinding is met Moderne Devotie.

Het is echter opvallend dat in de recente studie over de Moderne Devotie van K. Veelenturf e.a. (11) ‘Geen povere schoonheid’ slechts een minimale verwijzing naar ‘Christus op de koude steen’ voorkomt. Het is de moeite waard, lijkt mij, om dit gemis met een interdisciplinair studieproject ‘Christus op de koude steen’ in te halen.

En nu…

De devotie voor ‘Christus op de koude steen’ is niet alleen in de Middeleeuwen een levende devotie geweest. Op mijn rondtocht ben ik herhaalde malen aanwijzingen hiervoor tegengekomen. Met name brandende kaarsen wezen hierop. Maar ook het gebruik van het beeld in de liturgie op Palmzondag en in de Goede Week ben ik tegen gekomen. Vandaag de dag kun je in kerken zelfs nieuwe beelden (Moergestel, 1971) aantreffen. In sommige landen kun je ze zelfs op straat of zelfs in het open veld, zoals Polen, zien. Zowel in Polen als in Brazilië bleken ook nieuwe beelden te koop.

Variaties op een thema (12)

Er zijn verschillende afbeeldingen, die op dit beeld lijken. Sommige hiervan kun je zonder meer als 'Christus op de koude steen' betitelen.  Andere beelden hebben hetzelfde op geroepen (naast verbazing en 'schoonheid' denk ik aan medelijden, mededogen, gedachtenis aan eigen lijden en het lijden en sterven van Christus) en werden voor een soortgelijke devotie gebruikt.

Soms is het beeld getooid met een mantel en een, op een scepter lijkende, stok in een van de handen. De naam van dit beeld is dan 'de bespotting van Christus'.

Soms zijn de handen en voeten niet gebonden maar rust het hoofd op de rechterhand. Dit beeld heeft meestal de naam 'Christus in rust' of 'De rust van Christus'.

Een enkele keer kom je een beeld tegen van een man, slechts gehuld in een lendendoek en gebonden aan een zuil. Dit beeld heet doorgaans "de geseling van Christus", een gebeurtenis die zich afspeelde in het paleis van Pilatus. Daarvan zijn echter wel meerdere schilderijen en prenten te vinden.

Een ander beeld laat een staande man zien, meestal gehuld in een mantel, een doornenkroon op zijn hoofd, de handen gebonden en een staf in zijn hand. Dit beeld heet dan 'Ecce Homo' en verbeeldt de presentatie van de Christusfiguur aan het Joodse volk door Pilatus.

Verwante afbeeldingen zijn o.a. de Genadestoel en de Gregoriusmis.

De Genadestoel betreft een bijna naakte Christusfiguur die van boven omarmd of gesteund wordt door een figuur met tiara, waarschijnlijk God de Vader uitbeeldend.

De Gregoriusmis betreft een afbeelding van een legende die vertelt dat paus Gregorius de Grote een verschijning krijgt van de verrezen Christus. Alle wonden zijn te zien en hij wordt omgeven door alle folterwerktuigen. (13)

Een laatste variant is de afbeelding van Christus als de levensboom of ware wijnstok.

W. Beugen heeft in zijn artikel een goed onderbouwd overzicht van deze verschillende typen uitgewerkt.

Een beeld dat je raakt

Zoals het mijzelf overkwam, zo zal het vaker gebeurd zijn. Ik raakte onder de indruk van dit, voor mij, totaal onbekende beeld. Mijn onbekendheid met het beeld en de devotie versterkten mijn nieuwsgierigheid. Tot op vandaag. In al mijn kontakten reageren mensen spontaan verrast en het beeld laat hen ook niet meer los. Nog sterker: mensen gaan mee op zoek en proberen te achterhalen wat het beeld betekent heeft voor mensen op de verschillende vindplaatsen. Dat levert bijna altijd iets op.

Inmiddels heb ik van veel beelden een beschrijving (14) gevonden of gekregen. Soms heel summier. Soms met wat technische gegevens erbij. Soms voorzien van beschouwingen die niet uitgebreid gedocumenteerd zijn. Maar in een aantal gevallen hebben auteurs van de achtergrondinformatie de moeite genomen om in handboeken de betekenis van de beelden uit te zoeken.

Vindplaatsen

De beelden staan meestal in kerken, op kerkhoven en soms in kloosters. Een deel van de beelden is in musea en bij particulieren en zelfs bij antiquairs te vinden. De speurtocht naar de beelden is nog niet voltooid. Steeds weer ontdekken mensen die ik gevraagd heb om uit te kijken naar afbeeldingen of beelden nieuwe beelden, schilderijen of prenten. Dat maakt de speurtocht iedere keer weer verrassend. Het is alsof een puzzel van duizenden stukjes steeds wordt aangevuld met nieuwe stukjes, die soms een verrassend licht werpen op de herkomst van beelden of een patroon in de verspreiding laten zien. De vondsten uit Denemarken, Hongarije Argentinië, Brazilië en Polen hadden allemaal dat effect. Ik kom daar later nog op terug.

What's in a name? (15)

In het Nederlands is de naam ‘Christus op de koude steen’ of 'Rust van Christus'. Soms heb ik de term ‘Christus in nood’ in beschrijvingen aangetroffen. In het Frans is de naam: Dieu Pitié of Christ de Pitié, Dieu Piteux of le Christ aux liens.  Een andere mogelijkheid is: Christ aux Outrages (Hoon of smaad), Seigneur de l’Humilité et de la Patience. In het Duits wordt gesproken over Notgottes, Christus im Elend of Christus im Rast, Herr-Gottesruh, Schmerzensmann of Erbärmdebild. In het Engels wordt de term Christ on the cold stone gebezigd.

De hele wereld rond?

Het spreidingsgebied is omvangrijk. Voor zover ik het nu kan overzien:

  • Argentinië: In Buenos Aires staat in de kerk ‘La Merced’ (16) een beeld dat de nederige en geduldige Christus heet.
  • België: In België zijn er ruim 250 beelden te vinden. De lijst van plaatsnamen is te groot om op te noemen, maar de Fototheek Online van Het Koninklijk Instituut voor het Kunst-patrimonium te Brussel geeft een perfect overzicht. De website, waarop niet alleen ‘Christus op koude steen’, maar ook Ecce Homo en Man van Smarten e.d. te vinden zijn, heet www.kikirpa.be. De Belgen lopen klaarblijkelijk voorop wat betreft digitale bestanden die op het Internet beschikbaar zijn.
  • Brazilië: In Brazilië is in bepaalde regio’s een devotiebeeld te vinden onder de naam Bom Jesus. Een beeld, dat de verschillende momenten van verering voor en na de kruisiging en de opstanding van Christus in zich verenigt.
  • Colombia: in de kerk van de Heilige Clara in Bogota.
  • Denemarken: Tot mijn grote verrassing bleek in de lutherse kerk van Mariager een beeld te staan van ‘Christus op de koude steen’. De kerk is een overblijfsel van een vroeger Birgitinessenklooster en is gesticht vanuit het klooster in Vadstena (Zweden) en is daarmee verwant aan het nog steeds bestaande klooster in Uden in Nederland. Vanuit Uden en vanuit Zweden lopen dan lijnen naar kloosters in Vlaanderen en in Duitsland.
  • Duitsland: De spreiding in Duitsland is groot. In de regio ten zuiden van Berlijn (Dresden en Erfurt) zijn beelden te vinden. Aan de bovenloop van de Rijn zijn een aantal beelden gesignaleerd. Vanaf de hoogte van Aken tot aan Münster, het Duitse deel van het Hertogdom Gelre, is een concentratie van beelden te vinden. Daarbij gaat het om de plaatsen Kranenburg Mariënbaum, Kalkar, Sonsbeck, Veen, Vynen, Wissel, Aldekerk.
  • Ecuador: in de kerk Carmen Antiguo te Quito.
  • Frankrijk: Op dit moment heb ik een overzicht, dat beperkt is en er is alle reden voor een verdere verkenning in Frankrijk. De vindplaatsen zijn nu de regio’s of departementen Provence, Bourgogne, Aube, de Finistére, Seine Maritime, Elzas, Vogezen, Parijs.
  • Groot Brittanië: Uit Bangor in Wales heb ik nu een afbeelding van een beeld van ‘Christus op de koude steen’.
  • Uit Hongarije komt een recente vondst. In Esztergom trof een kennis een beeld van  ‘Christus op de koude steen’ of 'Rust van Christus' aan de buitenkant van een kerk.
  • Italië : Helemaal verrassend is de laatste aanwinst uit Piano di Sorrento. In de kerk San Michele Arcangelo staat een beeld waar ik nu een afbeelding van kan laten zien.
  • Litouwen: Ik heb nu de beschikking over een afbeelding vlakbij de Russische grens. De zoektocht naar andere afbeeldingen en achtergrondinformatie moet nog beginnen.
  • Mexico: Op dit moment heb ik van een enkel beeld een afbeelding.
  • Nederland: Volgens de literatuur, zoals bij Fr. Gorissen (17), is de devotie wijd verspreid geweest. De beelden zijn tijdens de beeldenstorm, maar ook door verwering als onderdeel van de kruiswegen op kerkhoven en bij kerken, verloren gegaan. Vindplaatsen zijn, enkele venduehuizen en antiquariaten daargelaten (Horssen, Maasbommel, Hilvarenbeek), meestal musea en kerken. Bekend zijn nu: Leeuwarden, Rolde, Soest, Driehuis, Opdam, Klarenbeek, Neede, Zevenaar en Azewijn (beide nu in het Catherijneconvent), Arnhem (St. Walburgis), Velp (bij Grave), Venray, Horst, Helden-Dorp, Weert (2x), Thorn, Heerlen, Maastricht(2x Bonnefantenmuseum), Uden, ‘s-Hertogenbosch, Megen (2x), Deursen (Klooster Soeterbeek, in bruikleen gegeven aan het Museum voor Religieuze Kunst te Uden), Reusel, Moergestel (2x), Hilvarenbeek (2x), Teteringen, Etten-Leur, Huijbergen, Utrecht (3 tot 6 beelden in het Catherijneconvent).
  • Oostenrijk: op dit moment is mij een beperkt aantal beelden (met de bijbehorende foto) bekend. Meerdere personen hebben onafhankelijk van elkaar gezegd dat er meer plaatsen zijn waar het beeld, zelfs onder de naam ‘Christus op de koude steen’, te vinden is. Het zoeken is naar een database in Oostenrijk, die hierover uitsluitsel kan geven.
  • Polen: Vooral de afbeelding ‘Christus in Rust’ is wijd verspreid in Polen. Opvallend is, dat de beelden niet alleen in kerken maar ook in kastjes en kapellen of als losstaand beeld in het vrije veld zijn te vinden. In de volksnijverheid is het beeld in soorten en maten te koop. Met name in Zuid Polen.
  • Roemenië: Enkele mensen hebben mij gemeld dat het beeld hier voorkomt. In de praktijk heb ik nog geen afbeelding of literatuur hierover ter beschikking gekregen.
  • Spanje: In Burgos is naar mijn weten een beeld van ‘Christus op de koude steen’ . Het beeld is uit Antwerpen afkomstig. Verder heb ik nu afbeeldingen uit Granada en Sevilla. In Spanje komt overigens net zo als in Portugal, een sterke devotie voor de lijdende Christus voor. Meestal gaat het dan om beelden van een soms compleet aangeklede kruisdragende Christusfiguur. De Semana Santa (de Goede Week) laat allerlei devotionele praktijken zien, die overigens in bijna alle spaanssprekende landen gebruikelijk zijn. Ik heb ook een foto van ‘Christus aan de geselkolom’  gekregen. Diego Velasquez schilderde een bijzonder mooi beeld.
  • Verenigde Staten: In de door de Franciscanen ( o.a. Juanipero Serro OFM) opgezette Missions in Californië komt op twee plaatsen een schilderij van Christus op de Koude steen voor. In Carmel Mission (ten zuiden van Monterey) is een tabernakelduertje beschildert met de afbeelding van Christus in rust/op de koude steen. Daar is in het bijbehorende museum zelfs de eerste verwijzing op papier van aanpak van de Franciscanen van geloofsopvoeding middels beelden en toneelspelen. In Sonoma (Napa Valley) is Christus op een groot schilderij afgebeeld in de kapel van de missie.

Devotieprenten

Een nieuwe ontwikkeling wordt ingezet met de boekdrukkunst. Gerard Rooijakkers (18), die bijzonder behulpzaam is geweest bij het uitwerken van de speurtocht en veel suggesties heeft gedaan om het niveau van de speurtocht te verbeteren, wees mij op het bestaan van devotie-prenten. Bidprentjes zijn hiervoor de belangrijkste vindplaats gebleken. Ik heb nog niet zoveel bidprentjes kunnen bekijken, maar in het Museum voor Religieuze Kunst te Uden vond ik er met hulp van derden in een verzameling van 20.000 al zes. Er staan meestal stichtelijke beelden op. Tegenwoordig wordt vaak gebruik gemaakt van foto’s van beelden. Maar in de genoemde gevallen was gebruik gemaakt van (afbeeldingen van) etsen en gravures van Cornelius Gallen, Jacobus de Man (1650-1719), Cornelius de Bondt (1660-1735) en L. Fruitiers (1713-1782). Ook in de collectie van het KADOC in Leuven zijn meerdere bidprentjes te vinden.

Albrecht Dürer is met houtsneden met de afbeelding van de Schmerzensmann, het titelblad van de grote en kleine Passie (1511), ook bekend als kunstenaar die het lijden van Christus veelvuldig verbeeld heeft.

Schilderijen en tekeningen

In Deurne bevindt zich sinds 2001 in het museum De Wieger het schilderij ‘De blauwe Christus’ van de Deurnese schilder en arts Wiegersma. Dit schilderij heeft Wiegersma gemaakt naar aanleiding van zijn bezoek aan Colmar, waar hij het 'Isenheimer Altar’ van Matthias Grünewald heeft gezien.

In het Kröller-Müller Museum te Otterlo bevindt zich een schilderij met een ‘Christus op de koude steen’ van Jan Toorop.

In het Kapucijnenklooster in Velp bij Grave bevindt zich behalve een beeldje ook een schilderij met ‘Christus op de koude steen’.

In de Markiezenhof te Bergen op Zoom staat een ‘Christus op de koude steen’ afgebeeld in een vijfluik van Pieter Claeissens I (±1500-1576).

In Sprang (-Capelle) in Noord Brabant heeft men in de vijftiger jaren in de huidige Nederlands Hervormde Kerk een muurschildering ontdekt waar tussen de Arma Christi (Kruis en martelwerktuigen) een ‘Christus op de koude steen’ staat afgebeeld.

In de Abdij van de Norbertijnen te Tongerlo bevinden zich twee schilderijtjes met de afbeelding van ‘Christus op de koude steen’.

Pieter Breughel heeft in 1559 de prent ‘Het geloof’ gemaakt, die nu in het Rijksprentenkabinet in het Rijksmuseum te Amsterdam is te zien. Daarin wordt in de woeligheid van het kerkelijk leven, uitgebeeld in een verzameling van kerkelijke activiteiten, ‘Christus op de koude steen’ zichtbaar, vastgemaakt aan een pilaar achter een kruisbeeld en alle folterwerktuigen uit het Lijdensverhaal. Het beeld kan ook een Job op de mestvaalt betreffen. Het hoofddeksel lijkt namelijk niet erg op een doornekroon.

In München is een ‘Christus op de koude steen’ te vinden in de Alte Pinakothek, geschilderd door de Meister der Oberaltaicher Schmerzensmannes.

G. Rouault schilderde in 1942 een ‘Christus op de koude steen’, die nu in de Staatsgalerie in Stuttgart is te bezichtigen (19).

Van de hand van Hans Holbein de Oudere is ‘Christus op de koude steen’ op een schilderij met de titel ‘Christus und Maria auf Golgotha’ (±1502) te zien in de Niedersächsische Landesgalerie te Hannover. (20)

Van de hand van Hans Holbein de Jongere is een ‘Christ im Elend’ uit 1519 te bezichtigen in het Kopferstichkabinett in Berlijn. (21)

Een devotie gaat niet vanzelf de wereld rond

Het is wat riskant om allerlei vermoedens te uiten over de verspreiding van devoties. Als ik de sporen van verschillende religieuze ordes volg is de hele wereld het speelveld. Wie Herfsttij der Middeleeuwen van Johan Huizinga heeft gelezen heeft een duidelijk beeld van de predikers, die al dan niet betaald door Europa trokken en volle marktplaatsen, kerkpleinen en kerken trokken. Zeker de zogenaamde Bedelorden: Franciscanen, Dominicanen, Karmelieten en de minder bekende Servieten hadden een naam op dit gebied.

In de literatuur wordt aan de Franciscanen een grote betekenis toegedicht bij de verspreiding van beelden als didactisch middel voor hun verkondiging. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat de geschriften van de Moderne Devotie (vertaald in een soort Geestelijke Oefeningen van de hand van de opvolgers van Geert Groote uit Deventer) terecht zijn gekomen op de Sorbonne in Parijs. De abt van de benedictijneradbij in Monserrat (Spanje) Cisneros is naar de Sorbonne geweest en heeft deze boekjes meegenomen om zijn monnikken ook op andere momenten en op andere manieren te laten mediteren.

Ignatius van Loyola heeft deze geschriften zeker in handen gehad tijdens zijn bezoeken aan Monserrat, misschien zelfs in Parijs, waar hij ook studeerde. Deze geschriften zijn uitgebreid en bijgewerkt tot de Geestelijke Oefeningen, die de basis zijn van de Ignatiaanse spiritualiteit. De Jezuïeten blijken in het spoor van de Contrareformatie een systematische aanpak van devoties ontwikkeld te hebben en als we een kort artikel van Fernando M. Varela (22)  moeten geloven exporteerden zij de devotie naar het Spaanse deel van Amerika. Daarover moet echter nog het een en ander worden uitgezocht omdat er aanleiding is om iets anders te vermoeden. Gezien de relatieve onafhankelijkheid van de Jezuïeten zouden ze ook die devoties kunnen hebben uitgewerkt, waarin de lokale bevolking (bv. de Maya's) hun religieuze symboliek 'kwijt' konden of konden verwerken zonder problemen te krijgen met de officïele kerkleiding.

Maar alle schrijvers zijn het er over eens dat in West Europa, en zeker in de door de Moderne Devotie bereikte delen, de omstandigheden gunstig waren voor een expansie van de devotie voor ‘Christus op de koude steen’ in het bijzonder en voor de lijdende Christus in het algemeen.(23) De beïnvloeding van het Westen door de Moderne Devotie is verstrekkend geweest, zeker via de kloosters van de Broeders (en Zusters) van het Gemene Leven en de gemeenschappen van Windesheim en hun opvolg(st)ers.

De volgelingen van de Heilige Birgitta van Zweden zijn de eigenaressen geweest van beelden van ‘Christus op de koude steen’ en de door Birgitta geschreven Revelationes bevatten een belangrijke basis voor de passiedevotie en de bijbehorende oefeningen. Daarmee is ook aangegeven dat Birgittinessen, maar ook Augustinessen, Clarissen en andere oudere vrouwelijke religieuze instituten een belangrijke informatiebron kunnen zijn voor duidelijkheid over de betekenis van de devotie voor ‘Christus op de koude steen’.

Een bijzondere plaats verdienen ook de Begijnen en hun spiritualiteit rond het lijden van Christus. Op verschillende plaatsen in België staan nog beelden van ‘Christus op de koude steen’ in begijnhoven. In een aantal gevallen zijn deze beelden naar kerken of musea verhuisd. Soms kregen groepen begijnen net zoals verschillende gemeenschappevan de Broeders (en Zusters) van het Gemene leven de status van klooster. Vrouwelijke groepen gingen over naar bv. de Augustinessen. Vervolgens verschijnt hun devotie in een andere omgeving.

Nog een vraag er bij...

Ik heb ook een vraag naar de inhoud, de praktijk en de reikwijdte van de Passiedevotie bij vrouwelijke congregaties. Zeker na het lezen van de levensgeschiedenis van diverse oprichters en oprichtsters, waarin een bijzondere verering van de lijdende Christus een plaats had. De oprichter van de Dienaressen van de Heilige Geest (o.a. Steyl en Uden) Arnold Janssen en de oprichtster van de Zusters van Julie Postel (o.a. Boxmeer) hadden persoonlijk een sterke verering voor de lijdende Christus.

De speurtocht gaat verder

Contacten met o.a. parochies leverden de vraag op wat de actuele betekenis is van de beelden en de devotie van ‘Christus op de koude steen’. In Moergestel schafte pastoor Müskens, afkomstig uit Groesbeek, in 1971 een beeld van ‘Christus op de koude steen’ aan. De kennis over zijn motieven is met zijn persoonlijk archief verhuisd naar zijn familie.

Contacten met kennissen uit Polen, Oostenrijk en Hongarije hebben tot op heden nog geen uitkomst geboden voor de redenen voor de daar levendige devotie en huisnijverheid. Voor Oostenrijk en Hongarije kan een rol spelen dat in het Habsburgse rijk de grenzen anders waren dan wij nu gewend zijn te denken. Een devotie kan dan verspreid worden met de rondtrekkende bevolking, clerus of spreiding van kloosters.

Deze website (www.christusopdekoudesteen.com), die ik beschouw als een nieuw middel voor verzamelen, communicatie en nieuwe mogelijkheden om van kunst te genieten en over zin en betekenis van lijden en dood met anderen te communiceren, zowel internationaal, nationaal als lokaal, is een virtueel museum. Er kan door verbouwingen en door het opzetten van een educatieve afdeling nog veel meer van uit gaan.

Communicatie: oppervlakkig of diepgravend?

Interessant is het onderscheiden van de verschillende lagen in devoties en het gebruik van beelden in de communicatie tussen mensen. Iconografisch is het interessant wat er in de beelden van “Christus op de koude steen” is te zien, maar ook de krachten binnen de communicatie via beelden is in deze een belangrijk onderzoek waard.

Kunsthistorisch en kerkhistorisch is daar zeker het nodige over te zeggen. Theologisch, en ik denk dan aan een moraaltheologische, katechetische en pastoraaltheologische benadering, zijn er verschillende invalshoeken te onderscheiden. Een bijzonder perspectief vind ik vooral de actualiteitswaarde van de speurtocht naar de manieren waarop mensen over lijden en dood communiceren.

Ervaringen (of zin- en betekenisgeving) van lijden en dood, de bijbehorende emoties zoals angst, woede, verdriet, medelijden en dergelijke en de manieren waarop mensen daar tegenwoordig mee omgaan vormen een gigantisch interessant studieonderwerp. Experimenteren om hiervoor goede en aansprekende communicatievormen te vinden en om uit te vinden wat werkzaam en heilzaam is lijkt mij een belangrijke deelstudie. Internet is, naast de benadering van mens tot mens, een nieuwe mogelijkheid voor de communicatie over de zin en betekenis van lijden en dood.

Voor Jong en Oud!

Klik hier voor een overzicht van literatuur in diverse talen met betrekking tot Christus op de koude steen.

Referenties

[1] J van Laarhoven, De beeldtaal van de christelijke kunst 1997, derde druk,Nijmegen 1997, pagina 200

[2.1] Fr. Gorissen, Die klevischen Beeldensnijder, niederrheinländische Holzbildnerei 1474-1508, Kleve 1963, pagina 20-21

[2.2] 800 Jahre Franz von Assisi, franziskanische Kunst und Kultur des Mittelalters Katalog NiederOesterreichische Landesausstellung Krems-Stein, Minoritenkirche 17 mai-17 oktober 1982, Neue Folge Nr. 122, Wien 1982

[3] D. Bouvy, Beeldhouwkunst van de Middeleeuwen tot heden, uit het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht Amsterdam/Brussel 1961, pagina 111.

[4] Frits Scholten ‘De Aaltense kruiswegstaties’ in ‘Beelden in de late Middeleeuwen en Renaissance R. Falkenburg e.a. Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek deel 45, Zwolle 1994 pagina 217-235

[5] J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie der Christelijke kunst, Roermond-Maaseik 1978.

[6] G. v. d. Osten: ‘Job and Christ’ in Journal of the Warburg and Courtauls Institutes Vol. 16, 1953 pagina 153.

[7] Fernando M. Varela, ‘Sur les origines iconographiques du Christ de l’humilité et de la patience, une dévotion propagée per les Jésuites en Amérique espagnole. Gazette des Beaux-arts Vie periode, Tome LXXXVI Jrg. 117, Parijs 1975, p. 207

[8] Gert v.d. Osten, Der Schmerzensmann, Typengeschichte eines deutschen Andachtsbildwerkes von 1300 bis 1600, Berlin 1935

[9] P. Quarré Le Christ de Pitié Brabant Bourgogne Dijon 1971.

[10] Ch.M.A. Caspers Het laatmiddeleeuwse passiebeeld, een interpretatie vanuit de theologie- en vroomheidsgeschiedenis, in “Beelden in de late Middeleeuwen en renaissance R. Falkenburg e.a. Zwolle 1994, Nederlands Kunsthistorisch Jaarboek deel 45, pagina 161-175

[11] K. Veelenturf e.a. Geen Povere Schoonheid, Laat-middeleeuwse kunst in verband met de Moderne Devotie, Nijmegen 2001.p. 269

[12] In diverse encyclopedische werken wordt het hele scala van Christusbeelden uitgewerkt. Ik verwijs naar Zie Lexikon  der Christlichen Ikonographie, E. Kirschbaum SJ Band I- III  Herder, Rome, Freiburg, Bazel, Wenen (1968) 1994. G. Schiller Ikonografie der christlichen Kunst Gütersloh 1966-1976, Band 2. J. van Laarhoven Idem.

[13] W. Beuken Idem p. 11.

[14] Ik kan in dit bestek niet alle artikelen of pagina’s uit catalogi, kunsthistorische bladen, parochiebladen en encyclopedieën opsommen. Sommigen zijn ook zeer beperkt in hun informatie. Encyclopedische werken staan in de literatuurlijst.

[15] Ondanks het artikel van Beuken heb ik de gedachte aan een soort oerbeeld of prototype losgelaten. Ik heb van kunsthistorici begrepen dat dat achterhaald is. Het blijkt ook in de praktijk dat er verschillende namen voor hetzelfde beeld de ronde doen. In deze beschrijving beperk ik mij tot twee afbeeldingen, die volgens de bronnen op hetzelfde moment betrekking hebben. Het een is voorzien van boeien en doornenkroon. Het ander heeft dergelijke attributen niet.

[16] F. Varela, idem

[17] Fr. Gorissen, idem

[18] G. Rooijakkers & Arie van den Berg: ‘Een prentenmaker zonder pers’ in ‘Verbeelding van vroomheid: De devotieprent als cultuurwetenschappelijke bron’ Volkskundig Bulletin 16.3 (november 1990) Amsterdam.

[19] Zie: Lexikon  der Christlichen Ikonographie, E. Kirschbaum SJ Band III pagina 87-88 Herder, Rome, Freiburg, Bazel, Wenen (1968) 1994.

[20] Idem p. 496-498.

[21] G.v.d. Osten idem 153-159.

[22] Varela: Idem

[23] Zie hiervoor naast de diverse handboeken ook het eerder geciteerde werkje van Frits Scholten over de Aaltense kruiswegstaties pagina 226